Niet met de deuren slaan

1 sep

Confrontaties en conflicten. Ik heb er een godsgruwelijke hekel aan. Je hebt mensen op deze aardkloot die niets liever doen dan ze opzoeken, maar ik ga er ‘t liefst met een grote boog omheen.

Als kind stond ik huilend in de keuken omdat ‘die rooie van nummer 10′, weer eens aan mijn haren had getrokken. Dan zei mijn moeder: ‘Je hebt haar hopelijk toch wel een schop gegeven?’ Een optie die ik op dat moment nog niet eens had overwogen. ‘Ik probeerde juist vre-hé-heeeede te sluiten’, snikte ik ontroostbaar.

Wat dat betreft is er weinig veranderd. In mijn hoofd zit een Captain Picard die ‘evasive manoeuvres!’ schreeuwt, zodra er een conflict aan de horizon lonkt. Het liefst heb ik dat alles en iedereen goed met elkaar overweg kan. Laten we allemaal doen wat we willen, zonder te schreeuwen en zonder te gillen. En niet met de deuren slaan.

Maar ja.

Ooit was ik bij een loopbaancoach die veel waarde hechtte aan het enneagram. Het enneagram gaat uit van negen persoonlijkheidstypes. Elk type verklaart waarom je je op een bepaalde manier gedraagt en hoe je tegen het leven aankijkt.

‘Ja, dat dacht ik al’, bromde hij na de eerste sessie. ‘Jij bent een Negen, de Bemiddelaar.’ Vanzelfsprekend knikte ik instemmend.

De Negen (bemiddelaar, vredesstichter): hebben een sterke behoefte om de vrede te bewaren, op te gaan in anderen en conflicten te vermijden. Nemen eigenschappen van anderen over en kunnen daarmee zeer verschillende verschijningsvormen hebben. Zijn meegaand en zich vaak niet bewust van hun boosheid. Eigenschappen: vriendelijk, geduldig, ruimdenkend, diplomatiek en empathisch.

Check. Check. Check. Check.

Joehoe, (h)erkenning! Na een paar sessies met de coach snapte ik ineens veel beter waarom ik op bepaalde situaties reageer als een vampier op knoflook.

Het leuke van het enneagram is, je merkt mijn enthousiasme, dat je niet gebonden bent aan één type. Ja, ik ben een Negen en dat zal ik ook altijd blijven, maar… ik kan de positieve eigenschappen overnemen van een ánder type. Het enneagram is namelijk een cirkel waarin alles zich op een gestructureerde manier tot elkaar verhoudt.

Wat blijkt. Als ik ontspannen ben en me lekker voel, neem ik de eigenschappen over van de Drie, de Winnaar. Ook wel het Rocky-type genoemd, die de trappen oprent.

De Drie (harde werker, winnaar): Hebben een sterke behoefte om productief te zijn, successen te behalen en mislukkingen te vermijden. Worden graag in een goed daglicht gezien, in overeenstemming met maatschappelijk bepaalde normen.  Eigenschappen: zelfverzekerd, ijverig, gedreven, energiek en praktisch.

Check. Check. Ch…

Hmm.

Ik denk dat ik vanavond maar eens vroeg naar bed ga. Morgenochtend sta ik dan heel ontspannen op en rén die ene trap op om bij de bovenburen  te klagen over geluidsoverlast.

Als ze me laten slapen tenminste.

enneagram Niet met de deuren slaan

Er is heel veel te vinden over het enneagram op internet. Google en gij zult vinden. En natuurlijk is Wikipedia altijd een betrouwbaar startpunt.

Gouden borsten

22 aug

‘Hmm… ja, als we nou dit wat omhoog doen en het hier even met ‘n speldje vastmaken…’ Er zitten drie vrouwen te frunniken aan mijn boezem. De een sprenkelt er gouden glittertjes overheen, de ander zit aan mijn bh-bandjes. ‘Sorry’, zegt de styliste, als ze mijn borsten iets omhoog duwt. Ik ben ondertussen alle schaamte voorbij.

Een dag eerder kreeg ik een mailtje van een vriendin die bij een grote uitgeverij werkt. ’We zoeken een vrouw mét decolleté voor een fotoshoot. Ik moest meteen aan jou denken.’ Glimmend antwoord ik dat me dat wel leuk lijkt. Na het sturen van een foto en mijn maten is het met een paar mails geregeld. Of ik zaterdag om half drie bij de studio wil zijn.

Ik sta keurig op tijd voor de deur. Toch nog iets geleerd van al die afleveringen America’s Next Topmodel. Een kwartet meisjesvrouwen ontvangen me hartelijk. Het zijn de fotografe, styliste, visagiste en Corry. ‘Corry regelt alles.’

Ik geef ze allemaal een hand en zie dat hun blik van mijn gezicht langzaam afdaalt naar mijn boezem. Ik kijk ook naar beneden. De fotografe verbreekt als eerste de stilte. ‘Dat komt wel goed’, zegt ze en draait zich om.

Eerst moet er nog een moeder met haar drie weken oude zoontje op de kiek worden gezet. Zoonlief heeft er niet zo’n zin in en onderstreept dat door explosieve spuitpoep . ‘Oh jee’, zegt de styliste met gevoel voor understatement. Corry rent ondertussen rond met luierdoekjes en billencrème.

Na moeder en zoon volgt een meisje met ‘big hair’. Haar donkerbruine lokken zijn getoupeerd tot indrukwekkende hoogten. Ik kijk aarzelend in de spiegel naar mijn eigen bezwete hoofd. Ze is prachtig. Damn. Waar ben ik aan begonnen.  

‘Zo, zullen we jou eens mooi maken?’ De visagiste is ruim een half uur in de weer met kwastjes, poeders, mascara en oogschaduw. Ondertussen zijn mijn ‘meisjes’ het middelpunt van alle aandacht. De bedoeling is dat ze glinsteren, want ze verkopen glitterpoeder voor als je naar een feestje gaat. Het spul is alleen te subtiel. Prima voor een feestje, onzichtbaar op de foto. 

Er wordt haarlak op mijn decolleté gespoten, waarna ik besprenkeld wordt met goudglitter uit de feestwinkel. ‘Zou dit werken?’, vraagt de visagiste aan de fotografe. Met z’n tweetjes bestuderen ze het resultaat op nog geen paar centimeter van mijn boezem. ‘Meer foundation’, zegt de fotografe en ik voel haar zachte adem op mijn huid. ‘De structuur hier, is anders dan hier.’

Uiteindelijk is iedereen content. Ik heb een zwart topje aan, mijn bh-bandjes zijn vakkundig achter op mijn rug getaped, mijn decolleté glinstert dat het een lust is. Ik heb katogen, gouden lippenstift op, zit onder een dikke laag pancake en mijn haar is hip opgestoken. This is fashion baby.

Welnu.

Het ongedwongen poseren blijkt een uitdaging als er vier vrouwen voor je staan die allemaal kreetjes slaken terwijl er iemand achter je je borsten tegen elkaar aandrukt. ‘Prachtig! Prachtig! Heel mooi!’

Klik. Klik. Klik.

Ik hang naar voren, ik doe mijn schouders omhoog, ik kijk rechts, ik glimlach zwoel, ik doe mijn kin naar voren, ik houd mijn hoofd een beetje schuin, tuit mijn lippen… Klaar.

Nieuwsgierig drommen we samen rond de computer om het resultaat te bekijken. Veertig plaatjes van mijzelf in net zoveel poses schieten voorbij. Eentje valt op. ‘Dat wordt ‘m’, zegt de fotografe tot mijn opluchting. ‘Wat vind je er zelf van?’ vraagt ze, inzoomend op de foto.

‘Mooi, heel mooi. Een verbeterde versie van meze…’ Ik kijk haar geschrokken aan. ‘Okay. Je gaat nog wel even photoshoppen neem ik aan?’, zeg ik ernstig terwijl mijn 100% ingezoomde hoofd in volle glorie op het scherm verschijnt.

Fotomodel zijn voor een dag: ik streep ‘m af van mijn bucket list.

makeup Gouden borsten

Er komt nogal wat bij kijken om foto-proof te worden…

fotoshoot6 Gouden borsten

In de krullers, wachten op ‘Big hair’…

fotoshoot7 Gouden borsten

Het resultaat van de fotoshoot kun je ergens in november bekijken. Keep you posted…!

Vooruit

15 aug

Ze overdenkt haar leven. Niks is gegaan zoals ze het van te voren had bedacht, tegelijkertijd heeft ze ook nergens spijt van. Ja, er waren nare momenten. Natuurlijk had ze die liever niet meegemaakt. Maar zonder die nare momenten, waren er heel veel mooie dingen ook niet gebeurd. Dat is het rare, van verdriet.

Nu zit ze in een huis, samen met nog meer oudere dames. Er zijn maar weinig mannen. Die leggen eerder het loodje, giechelen ze soms aan de koffietafel. Je moet er maar een grapje van maken. Dood gaan we toch allemaal. ‘En laten we dan wat lol trappen, terwijl we in de wachtkamer zitten’, roept Josje altijd.

Ze neemt nog een slokje koffie en trekt een vies gezicht. Koud. Moet ze ook maar niet zo lang uit het raam staren. Maar wat moet je anders? Het is nog geen tijd om te gaan eten. Haar vriendinnen doen een middagdutje. Zelf kan ze dat niet, slapen overdag. Zonde van de tijd.

Als ze haar ogen dicht doet, ziet ze een houten balk voor zich. Op de balk zijn vakjes gekerfd. Elk vakje staat voor een jaar. Het is een trucje wat ze ooit van haar vader heeft geleerd.

‘Ga in gedachten met je vinger langs de vakjes’, zei hij. ‘Dan kun je elk moment opnieuw beleven.’ Langzaam gaat ze met haar vinger naar links. Ze stopt en ziet zichzelf. 

Haar jongere ik schrijft een verhaal. Glimlachend ziet ze hoe haar handen, nog zonder rimpels en vlekken, over de toetsen glijden.

Kon ik maar wat tegen je zeggen.
Wat zou je tegen me zeggen?

Je bent sterker dan je denkt.
Zo voelt het niet.

Kijk eens achteruit. Je bent sterker dan je denkt.
Ben ik dat ook als ik vooruit kijk?

Ja.

ouder Vooruit

Here is to you Mrs. Robinson

11 aug

Ik zit bij de kapper om zeker honderd euro neer te tellen, zodat ik er uitzie alsof ik niet bij de kapper ben geweest. ‘Hoe oud ben je eigenlijk?’ Ik kijk hem aan in de spiegel terwijl hij geconcentreerd plukjes van mijn haar in de verf zet. ‘Ik ben net achttien geworden’, zegt hij mompelend.

In mijn hoofd roep ik heel hard ‘foei!’ tegen de Mrs. Robinson in mij die zich koerend om deze exotische jongeling heen had gekronkeld.

 Met een kammetje trekt hij miniscule streepjes in mijn haar. Daarvoor moet hij dicht tegen me aan staan en ik voel zijn lijf tegen m’n arm drukken. Ik krijg het een beetje warm als ik me realiseer wát ik precies voel.

Zijn zwarte ogen haken zich vast aan die van mij. ‘Bent u getrouwd?’, vraagt hij zo onschuldig dat ik glimlachend zeg: ‘Nee, ik ben niet getrouwd. En je mag wel je zeggen hoor. Anders voel ik me zo oud’, voeg ik eraan toe.

Hij lacht even en vertelt dat hij uit Afghanistan komt. Op zijn zesde is zijn hele familie naar Nederland gevlucht. ’In Afghanistan is kapper trouwens echt een mannenberoep’, zegt hij.

Met zijn gestylde kuif, zwarte t-shirt met korte mouwen en überstrakke broek dacht ik in eerste instantie niet direct een stoeremannenmacho aan mijn lokken te hebben knutselen. Maar bij nader inzien heeft zijn voorkomen eerder iets James Deans-achtigs over zich. ‘Ik ben dus geen homo’, voegt hij er voor de duidelijkheid aan toe. Ik zeg lafjes dat ik dat ook he-le-maal niet had gedacht.

Hij kijkt even keurend naar mijn scalpel, waarop zich ondertussen een bonte verzameling aan folietjes en kleurtjes heeft verzameld. ‘Heb je kinderen?’, vraagt hij dan plotseling.  ‘Nee’, zeg ik tegen hem. ‘Ik ben niet getrouwd. En ik heb ook geen kinderen.’

‘Ik wil later héél veel kinderen’, verzucht hij tegen mijn spiegelbeeld. ‘Maar dan moet ik wel een vrouw vinden die dat ook wil’, voegt hij er realistisch aan toe. ’Dat komt vast wel goed’, zeg ik geruststellend.

We wisselen glimlachjes uit. ’Je hebt hele mooie ogen, weet je dat?’ Ik zie mezelf langzaam veranderen in een tomaat. Mijn mond vormt een O waar een soort gehinnik uitkomt. Oh. My. God.

Onverstoorbaar gaat hij verder met een plukje haar selecteren, folietje, verfkwastje, folietje dichtvouwen, volgende plukje haar. ’Zal ik je straks nog een lekkere hoofdmassage geven?’ In mijn hoofd rent Mrs. Robinson juichend rond, als een voetballer met haar duimen op haar rug wijzend.

Bij de wasbak leun ik spinnend achterover. ‘Lig je lekker?’, vraagt hij bezorgd. Ik knik. Kom maar door met die hoofdmassage jongeman.

Na een paar seconden heb ik het gevoel alsof mijn hoofd in een wasmachine zit. Het sop zit tot ver in mijn oren en hij kriebelt met zijn vingers zo hardhandig over mijn hoofdhuid, dat het lijkt alsof er een octopus met ADHD bezig is. Net als ik mijn arme hoofd uit de martelbak wil bevrijden, stopt hij abrupt. ‘Zo… was dat niet heerlijk?’, zegt hij, nog trots ook. 

Mrs. Robinson druipt luid scheldend af.

Ik lach even naar hem. ‘Ja hoor, héérlijk’, zeg ik, nooit te beroerd om jong talent aan te moedigen. Ooit zal deze jongen heel veel kinderen maken bij een vrouw.

Laten we hopen dat ze een beetje stevig in elkaar zit.

hair Here is to you Mrs. Robinson

Even heel ver weg

8 aug

Het is rond half negen ‘s avonds en wij zitten met stokbrood en kaasjes op het terras. Aan het terras grenst de tuin. Na de tuin komt het bos. En in het bos zitten wilde zwijnen en herten.

Het is stil, je hoort enkel het ruisen van de wind door de bomen. Zachtjes praten we over van alles en nog wat. Een specht laat af en toe een roffel los op een boom.  Je ruikt de regen in de lucht. De stadsvrouw in mij begint zich langzaam te ontspannen. Hier is niks, je hoeft niks, er is niks te doen, dus het enige wat je kunt doen is niks. Heerlijk.

Ik begrijp ineens waarom een aantal vrienden van mij bewust kiezen voor een leven buiten de randstad. De ruimte, de uitgestrektheid, wolken die voorbij razen, verstopte boerderijtjes en mysterieuze maisvelden. Nederland op z’n mooist. En Amsterdam lijkt ineens heel ver weg.

‘Sst…’, zeg hij. ‘Kijk eens naar links’, hij wijst richting de rand van de tuin. Ik zie een enorm beest tussen de struiken staan. Het dier steekt zijn snuit even in de lucht en snuffelt. We blijven doodstil zitten, ik vraag me af of hij ons ruikt. Dan loopt het om de struiken heen naar de plek waar we eten hebben gestrooid. Mijn mond valt open. Een wild zwijn is gróót.

Op de een of andere manier had ik een soort Babe in gedachten, maar dit is een angstaanjagend donker dier. Met een lange zwiepende staart en indrukwekkende kaken die de pruimpitten met gemak vermalen. ‘Jezus… die wil je niet tegenkomen tijdens een boswandeling’, fluister ik. Mijn gezelschap knikt instemmend.

Na een tijdje heeft het beest genoeg gegeten en hobbelt hij op z’n gemak richting het donkere bos.  ‘Wauw…’, verzucht ik onder de indruk en niet in staat om iets intelligenters te zeggen.

Dan zie ik iets bewegen vanuit mijn ooghoek. Drie herten huppelen elegant naar de voederplek, het mannetje voorzien van een groot gewei en geflankeerd door twee vrouwtjes. Het is een majestueus schouwspel. Af en toe kijken ze op, als ze iets horen. Wij knijpen in elkaars arm. ‘Gaaaaf!’, playback ik.

‘s Nachts luister ik in het huisje naar de geluiden van het bos. Morgen ben ik weer terug in de drukte van de stad, mijn schreeuwende buren, stinkende uitlaatgassen, toeristen, honderden mogelijkheden, keuzes en oh ja, het is Gay Pride.

De stadsvrouw in mij zucht. Amsterdam lijkt even heel dichtbij.

zwijn Even heel ver weg

Zoekplaatje, maar je kunt ‘m zien. De vlaggetjes hangen er voor de herten: anders vreten ze de tuin kaal.

Herten in het bos

Zelden zulke elegante dieren gezien. En gedacht: waarom heb ik geen goede camera bij me op het moment dat ik er een nodig heb?

Stapeltjesmens

5 aug

‘Ik wil eigenlijk een ronde eettafel’, zeg ik peinzend terwijl ik mijn huiskamertje van nog geen 20 vierkante meter bekijk. ‘En wat doe je dan met al je stapeltjes?’, vraagt hij. ‘Die kun je nooit kwijt op een ronde tafel.’ Verdorie. Hij heeft gelijk.

Mijn huidige eettafel, robuust, 1 meter 80 lang, stoer en loeizwaar, heeft verschillende persoonlijkheden. Hij doet dienst als bureau, archief, leestafel, verstopplek voor achtergebleven etensresten en oh ja, soms dan zitten er ook daadwerkelijk mensen aan te eten (stapels kun je immers opzij schuiven). 

In een piepklein huis als dat van mij, valt die belachelijk grote tafel een beetje uit de toon. Vandaar mijn wens voor een elegante, vintage ronde tafel. Met krulpootjes.

Maar inderdaad… Wat moet ik dan met al die opgestapelde magazines, rekeningen, brieven, notities, kaarten, notitieblokjes en wijkkrantjes die nu zo’n gezellig stilleven vormen op de tafel?

‘Ik zou dan bijvoorbeeld… nou ja, gewoon… geen stapeltjes meer kunnen maken’, zeg ik aarzelend. Hij grinnikt. ‘Jij bent een stapeltjesmens. Dat gaat je nooit lukken.’ En ik probeer even in de toekomst te kijken, naar een meer geordende mij, iemand zonder stapels, maar met mapjes die keurig opgeborgen zijn in een al net zo keurige kast, misschien wel op alfabetische volgorde.

Hmm.

Tussen droom en daad staan wetten en praktische bezwaren. En stapeltjes.

eettafel Stapeltjesmens

She Sells Soap

2 aug

Overal liggen zeepjes. In alle kleuren, hompjes, klompen, korrelig, glad, met bloemetjes, vezels, zand, blaadjes, schreeuwend, allemaal: joehoe, ruik mij! Koop mij!

Normaal gesproken is het winkeltje decor van kirrende schoolmeisjes en kooplustige huisvrouwen uit de provincie, maar op deze druilerige vrijdagmiddag is het er rustig. Mijn neus is op slag klaarwakker als tientallen geuren mijn reukorgaan enthousiast naar binnen marcheren.

Ik sta even stil en reset mijn zintuigen. Oké. Rustig jongens.

In mijn hoofd roept een strenge stem dat ik voor de algehele veiligheid van mijn bankrekening nú meteen, onmiddellijk én weldirect deze winkel dien te verlaten. ‘Red alert!’, wordt er voor de zekerheid nog paniekerig achteraan geroepen.

‘Kan ik je misschien helpen?’ Twee enorme bruine ogen kijken mij vriendelijk aan. ‘Ik eh… snuffel alleen even’, grijns ik schaapachtig. Ik probeer achteruit schuifelend de winkel te verlaten, maar het zeepmeisje is vasthoudend. ‘Ben je hier wel eens eerder geweest?’

Ik sta met mijn rug tegen de muur. Ik ben de enige klant in de winkel. Shit.

‘Nee’, beaam ik. Ze knikt alsof ze dat zelf ook al dacht. ‘Pak vooral alles wat je wilt en ruik gerust. Sommige mensen staan de hele tijd zo…’, ze blijft me aankijken als ze zich voorover buigt naar de tafel, ‘maar dat is dus helemaal niet nodig.’

‘Is goed’, zeg ik gedwee. Ik pak het eerste de beste stukje zeep en snuffel er demonstratief aan. Een boeket van munt, kruidnagel en nog iets ondefinieerbaars sprint mijn neus in en ik begin te niezen.

Haar lach twinkelt door de winkel. ‘Wacht, ik zal je mijn favoriet even laten ruiken.’ Ze loopt om de tafel heen en pakt een stuk zeep met de naam Cherry Tree Lane. Het witte klompje met rode kronkellijntjes er doorheen ruikt inderdaad heerlijk, geef ik schoorvoetend toe.

Ze ziet de opening in mijn ogen en stapt kordaat naar binnen. ‘Die geur past ook echt bij jou. Zo vrolijk en creatief!’ Mijn portemonnee jammert. This is going to hurt.

Als ik bijna bij de kassa ben (met vier stukken veel te dure zeep in mijn weerloze handen), wordt mijn aandacht naar de kast ernaast getrokken. Ze ziet het meteen. ‘Dat is onze shampoo, ruik maar even.’

Ik kreun zachtjes. De gele bal geurt zo ontzettend lekker dat ik mezelf in slowmotion zie rennen door een zomers veld met kamille, lavendel en margrietjes. ‘Ik heb mijn haar hier vanmorgen mee gewassen’, ze wiegt haar donkerbruine lange krullen zachtjes heen en weer, ‘en ik ruik het nog steeds.’

Ze is goed.

Ik sta bij de kassa, terwijl de zeepjes en shampoo in fleurig papier worden verpakt. Op de toonbank staan tien gezellige potjes lipbalsem uitgestald. Terwijl ik wacht, lees ik het opschrift.

De verzachtende cacaoboter en bijenwas maken je lippen net zo glad, als een gigolo die op een mahoniehouten vloer de Argentijnse tango danst op leren schoenen.

Ik haal snel mijn pas door de pin. Nu wordt niet alleen mijn reukorgaan, maar óók nog eens mijn taalfetisj gekieteld.

Als ik verdwaasd buiten sta, kijk ik nog even om. De vrouw die mij zojuist passeerde in de deuropening, is gevangen door de hypnotiserende blik van het zeepmeisje. Ze pakt een zeepje op en ruikt eraan.

Verkocht.

soap She Sells Soap

Paradox der Poetsnijd

29 jul

Ik heb het graag netjes, maar de liefde voor het ambachtelijk Oud-Hollandsch schoonmaken is aan mijn deur voorbij gegaan. Na mijn bekentenis over de exploderende kledingkast, zal de volgende mededeling vast niet verbazen: ik heb een hekel schoonmaken.

Mijn idee van schoonmaken is als volgt: zo lang ik het niet zie, is het er niet. Dat houdt in dat ik wel stofzuig, de rommel opruim (lees: het in de kast gooi) en de afwas doe. Maar daar houdt het dan wel zo’n beetje op. Eens in de zoveel tijd grijp ik mezelf bij m’n nekvel om onder luid gemopper de douche te boenen of de vloer te dweilen.

Mijn benedenbuurvrouw echter, lapt elke zondag haar ramen. In het trappenhuis walmt mij steevast de groene zeep tegemoet. Ze loopt driftig heen en weer, klopt lakens uit, stofzuigt en ruimt kastjes uit en weer in. Daarna gaat ze altijd iets van geurig vlees bakken, zodat één etage lager de tijd met vijftig jaar teruggedraaid lijkt te zijn.

Dit veroorzaakt een licht schuldgevoel.

Ik bijt even op mijn lip en bestudeer het dwarrelende stof in mijn huiskamer, de zeepresten tussen de voegen van de douche, de plakkende kruimels op het aanrecht, vettigheid op het gasfornuis. En denk: daar zou ik éigenlijk wel wat aan moeten doen.

Dat levert een interessante situatie op:  ik heb een hekel aan viezigheid, maar ik heb ook een hekel aan schoonmaken. Een ware Paradox der Poetsnijd. Ik besloot daarom dat het tijd was voor een interventie. In de vorm van een professional.

Vanmorgen vroeg was hij er voor het eerst, stipt om acht uur. Keurend keek hij rond en stroopte met vastberaden blik zijn mouwen op. Dat leek me een goed teken.

Verwachtingsvol opende ik vanavond dan ook de deur van mijn huis. Het zag er  opgelucht blinkend uit, geurde fris naar zeep en ik draaide glunderend  rond in de knisperend schone badkamer.

Op de eettafel lag een briefje.

‘Ik heb ongeveer 45 minuten extra gewerkt, want uw huis was erg vies.’

Het lichte schuldgevoel is nog steeds niet helemaal weg.

JK6215 001 Paradox der Poetsnijd

The book of No

26 jul

‘Buurvrouw, mag ik je iets vragen?’ Bovenbuurman zet z’n fiets naast die van mij. ‘Natuurlijk’, zeg ik. ‘Nou, soms willen wij wel eens even weg, een hapje eten buiten de deur. Maar een oppas is zo lastig te vinden en…’ Er zwelt een snerpend geluid aan in mijn hoofd.

‘Zouden wij misschien af en toe de babyfoon bij jou neer mogen zetten?’ Ik zet mijn glimlach op. ‘Natúúrlijk!’, zeg ik. ‘We kunnen wel een vast uurtarief afspreken hoor’, haast hij zich te zeggen. ‘Welnéé joh!’, zeg ik.

Ik zie een krijsende baby voor me die ingespannen de longen uit zijn lijf brult. ’Als je het niet wilt, moet je het zeggen hoor’, hoor ik achter me terwijl we de trap op lopen. ‘Ben je mal, echt géén enkel probleem!’, roep ik tien octaven te hoog.

Eenmaal binnen bonk ik met mijn hoofd op de deur.
Waarom. Kan. Ik. Geen. Nee. Zeggen?

Ik wil helemaal geen babyfoon in mijn huis. Zo’n gezellig vormgegeven, pastelkleurig kastje vol dreiging, waaruit elk moment Het Gebrul kan losbarsten. Ik ken mezelf, het enige wat ik op zo’n avond nog doe is naar dat ding staren. Prevelend. In de hoop dat die baby zich koest houdt.

Waarom ging het gesprek niet zo:

‘Buurvrouw, mag ik je iets vragen?’ 
‘Natuurlijk.’
‘Nou, soms dan willen wij wel eens even weg, een hapje eten buiten de deur. Maar een oppas is zo lastig te vinden en…’
‘Ho. Ik weet wat je nu gaat vragen en het antwoord is nee. Ik ben géén geschikte oppas.’
‘Oké, geen probleem.’

Mijn angst zit ’m in dat laatste zinnetje. Want stel je voor dat hij zegt: ‘Wat ben jij nou voor ‘n rottige buurvrouw?’ Of nog erger. Dat hij zégt dat het geen probleem is, maar me in gedachten de huid volscheldt.

Juist.

Ik heb dit boek nodig.

book of no The book of No

Erik de Ongenaakbare

26 jul

Als er één gebeurtenis in een mensenleven goed is voor mooie verhalen, dan is het wel rijles. Henk is mijn eerste rij-instructeur en lijkt sprekend op Joris Voorhoeve. ‘Moet ik meteen achter het stuur?’, vraag ik zenuwachtig. ‘Dat is wel de beste manier om te leren autorijden’, zegt hij droogjes. 

Ondanks dat ik alleen hoef te sturen, vind ik het doodeng. Henk zit kalm naast me en draait af en toe bedachtzaam aan zijn rode snor. Na anderhalf uur overhandig ik hem het lesgeld, dat hij in zijn portemonnee opbergt.

Een week later zit ik te wachten op het toetertje van de lesauto. De telefoon gaat.

‘Met Astrid, van Rijschool Pijper. Zeg, je les kan niet doorgaan.’
‘Oh, waarom niet?’
‘Henk is ervandoor.’
‘Wat zeg je?’
‘Henk is ervandoor. Met het al geld van de afgelopen lessen.’
‘Dat meen je niet!’
‘En de auto.’

Ik krijg een nieuwe instructeur, sprekend Rick James. In tegenstelling tot Henk, babbelt Rick non-stop. Vijf hysterische kwartieren in een lesuur. Ik schiet hyperventilerend van links naar rechts, rij over de busstrook, kegel bijna een fietser omver en parkeer de auto uiteindelijk vakkundig in een rhododendron.

‘Ja hoooi, met Astrid van Rijschool Pijper. Heel vervelend, maar je rij-instructeur is overspannen. Vanaf nu rijd je met de oude Pijper zelf.’

Ik doe de autodeur open en ontwaar in de sigarenrook de omtrekken van een enorme man. Zijn gordel zit strak om de buik en zijn lijf hangt over de bestuurdersstoel. ‘Zo meisje, ga maar lekker zitten’, zegt hij flemend met een klopje op de plek naast ‘m.

De oude Pijper is net gescheiden. Drie lessen lang hoor ik het verhaal aan van zijn vrouw die hem verlaten heeft voor een andere man. ’Ik bedoel, ze had toch op zijn minst een signaal kunnen geven’, snikt hij ergens voorbij de Utrechtse Berekuil, terwijl ik  met piepende banden over het verkeersplein schiet. Doordat hij net een wolk rook uitblaast, mis ik hoestend de afslag.  

‘Hoi, Astrid? Ik zou graag van instructeur willen wisselen.’

Erik is halverwege de twintig, met wuft haar, staalblauwe ogen en strakke spijkerbroek. Naast Woest Aantrekkelijk, is hij ook nog eens Ongenaakbaar. Die combinatie zorgt ervoor dat ik de hele les blozend naast hem zit.

Erik heeft niet veel fiducie in mijn rijkunsten. ‘Wanneer ga je ook alweer afrijden? Over twee weken? Oké. Dan hebben we nog wel wat te doen.’

Op de dag van het examen haalt hij me ‘s morgens vroeg op, zodat we nog even kunnen oefenen. In mijn fantasie rijden we naar een donker plekje in het bos, waar we bij het schijnsel van de koplampen heftig zoenen. Zijn spijkerbroek knoop ik los, hij trekt mijn shirt omhoog en we… 

‘Hola, waar ga je heen? Ik zei toch rechts?’
‘Sorry’, zucht ik met een knalrood hoofd.

Tijdens het oefenen gaat alles mis. Ik parkeer met twee wielen op de stoep, negeer een stopbord en een ingreep voorkomt dat ik een oud vrouwtje met rollator en al versneld naar haar laatste rustplek torpedeer.

Erik schudt zijn hoofd. ‘Luister, op deze manier wordt het helemaal niks. Ik weet niet of het de zenuwen zijn, maar je moet proberen het onder bedwang te krijgen’, zegt hij doordringend. ‘En blijf in godsnaam ademhalen.’

Bij het begin van het examen spreekt de examinator me monter toe. ‘Nou, wij gaan maar eens lekker een stukje rijden’, zegt hij. Iets in mijn grijns moet psychotisch zijn, want hij controleert zijn gordel ineens aandachtig. 

‘Goed’, denk ik. ‘Haal adem.’ 

We rijden. Het is rustig op de weg. De examinator zegt weinig, behalve de richting. Het gaat best lekker. Ik parkeer de auto nonchalant vloeiend in het vak, laat ‘m keurig uitrollen voor het stoplicht en zie op tijd dat ik een straat niet in mag.

Na twintig minuten uitermate soepel rijden van mijn kant, gaan we terug naar het CBR. Op de parkeerplaats geeft de examinator me een hand. ’Gefeliciteerd, je bent geslaagd’.

Ademhalen! Dát was de truc.

rijles Erik de Ongenaakbare