Alles is beter op het strand,

verzucht hij. ‘De lucht, de wind, de zon, het zand.’ Hij is even stil en ik zie zijn blik tot ver voorbij de horizon gaan. Dan kijkt hij me aan: ‘Het meisje’. Ik grinnik en geef hem een por.

Op het strand heb je niet zoveel woorden nodig. Je wandelt wat, je loopt met je voeten door het water, luistert naar het geschater van de zeemeeuwen en het af en aan, af en aan van de golven. Nog steeds moet ik met mijn teen in een aangespoelde kwal porren. Als kind fantaseerde ik er een alien-achtige vrees bij, waarbij honderd scherpe tandjes zich ineens in mijn voet boorden. Het was een uitdaging om mijn teen niet snel weg te trekken, anders had ik verloren.

In mijn strandhuisje komen vrienden langs. We eten, lachen, zonnen, slapen en praten. De wind blaast, de wolken schuiven voor de zon, maar dat duurt niet lang. Op het strand is de lucht snel weer blauw. Het zand voelt dan weer warm, dan weer koud onder mijn voeten. De liefste hond van de wereld valt in slaap in mijn armen en houdt me wakker met haar gesnurk.

De schommelstoel op de warande maakt overuren. De overburen spelen zonder het te weten de hoofdrol in een Grieks drama met een gepast bloederig einde (sorry). De deuren van het huisje staan altijd open en de gordijnen aaien de vloer. Het zijn dagen zonder einde.

Vier seizoenen gingen voorbij zonder dat ik hier kwam. Vergeettijd om nieuwe herinneringen te maken. Ik moest met mijn teen de kwal porren. Zodat ik mijzelf nooit meer zou verliezen.

Ik heb advies nodig,

zeg ik tegen het heerschap aan de andere kant van de lijn. Voor me ligt een to do lijstje waarop staat:

Gas, elektra
Water
Bus regelen
Verhuisdozen
Internet
Schilder

De meneer van internetprovider A zucht.
Mijn wenkbrauwen gaan omhoog.

Er volgt een zoutloos gesprek over een basis internetabonnement via ADSL met 26 up en 2 down – whatever that means -, dat over twee weken geïnstalleerd kan worden. Nee, het kan echt niet eerder. En ik was al afgehaakt bij de zucht.

Next.

De verkoper van internetprovider B snapt het spelletje beter. Hij luistert, vertelt wat ik nodig heb en zegt geruststellende dingen als: ‘geen probleem, dat gaan we regelen.’ Ook hier is een levertijd van twee weken, maar: ‘Belt u mij even als het pakket binnen is, dan maak ik direct een afspraak met de monteur voor u. Dan heeft u halverwege volgende week werkend én supersnel internet.’

Het pakket van B is bijna 20 euro duurder per maand, maar ik ben ervan overtuigd dat ik een betere deal heb gesloten. Dat hij me vervolgens ook nog een zakelijk telefoonabonnement wil aansmeren, kan ik glimlachend waarderen.

Goed. De volgende op de lijst.

Schilder A maakt een bezorgd rondje in het pand. ‘Nou… dat is lastig hoor. Tjonge jonge. Kijk, hier is de verf afgebladerd. Het plafond is ook niet goed gemaakt. De vloer, ow ow ow… dat wordt wat. Die moet eerst geschuurd worden. En je wilt donderdag verhuizen? Poeh… dat is allemaal wel heel krap.’

Joh, laat maar.

Schilder B werpt een blik in de ruimte en zegt: ‘Komt in orde. Woensdag is het klaar.’

Ik zeg het vaak genoeg tegen mijn non-profit opdrachtgevers: élke organisatie verkoopt iets. Maakt niet uit in welk vakgebied je zit. Verkopen is namelijk niks anders dan oplossingen bieden.

Gratis tip. Wees altijd blij als een toekomstige klant uit zichzelf belt en om advies vraagt. Die je kun je alles verkopen. En beloof me nooit te zuchten.

Jij beschouwt eten als brandstof,

zeg ik tegen mijn trainer, Elroy. We staan zwetend tegenover elkaar: tussen het boksen door hebben we het over voeding. Het zijn niet alleen de bokshandschoen en pads die tegen elkaar aan knallen. Het zijn twee verschillende werelden die bij elkaar komen. Die van de topsporter en de (di)eetverslaafde.

‘Voor mij is eten troost. Een vriendje. Een vijand’, leg ik uit. ‘Jij bestuurt jouw lichaam als een F-16 piloot, je weet exact hoe het reageert en kunt makkelijk bijsturen. Daar heb je ook jaren voor getraind.’

Maar ik vlieg op Dombo.

Best een geinig beessie, daar niet van: het gaat alleen alle kanten op en ik heb meestal geen flauw idee wat ik ermee aan moet. Dombo vliegt mij, eigenlijk.

Pats!
Rechtse, uppercut, hoek, onderdoor, opstoot.

‘Okay, dat snap ik’, zegt hij. ‘Dit is een kwestie van opnieuw leren lopen en daar ben je nu mee bezig. Dus als je doordeweeks een beetje oplet, je eten plant, zorgt dat je je boodschappen in huis hebt en afwisselend eet: dan kun je in het weekend gewoon genieten van iets lekkers, waar je echt zin in hebt.’

Hoezo, alleen in het weekend? Ik wil de hele week kunnen eten waar ik zin in heb, moppert een jengelend kind in mij. Ik voel weerstand. Tegen iets ‘moeten’, tegen ongezelligheid, tegen gedoe, tegen verandering.

Pats!
Uppercut, hoek, hoek, knietje, rechtse.

‘Het gaat er niet om dat je iets niet ‘mag’. Het is geen dieet. Diëten hebben geen zin, dat weet jij beter dan ik. Dus daar hebben we het niet over. Het gaat er ook niet om dat er ‘goed’ of ‘slecht’ eten is, of dagen waarop je ‘zondigt’. Skip that shit. Je mag alles. Het gaat erom dat je wéét wat je lichaam nodig heeft. Lees de handleiding: stop er minder in dan dat eruit gaat.’

Damn. Daar is geen speld tussen te krijgen.

Pats!
Rechtse, hoek, hoek, onderdoor, rechtse.

Ik ben nu bijna vier maanden bezig met twee keer in de week intensief sporten. Het duurde drie maanden voordat ik schoorvoetend begon over een ander voedingspatroon. Omdat ik het ineens zonde vond dat ik mijn lichaam zo hard liet werken en het niet goed liet herstellen. Onaardig naar mezelf toe, eigenlijk. Ik zag een tevreden grijns verschijnen op het gezicht van Elroy.

Nu plan ik mijn eten. Niet op een obsessieve manier, maar gewoon een of twee dagen vooruit. En het gekke is, daardoor heb ik geen behoefte meer aan (te) veel eten. Ik heb de boodschappen in huis, ik weet wat ik ga eten en dat creëert rust in mijn hoofd.

Dit weekend lunchte ik buiten de deur. ‘Doe mij maar een broodje kroket’, zei ik tegen de serveerster. ‘Mag je dat wel?’, vroeg vriendin M. Ja, dat mag ik. Natúúrlijk mag ik dat. Ik genoot van elke hap.

Pats!
Hoek, hoek, uppercut, rechtse.

Mijn weerstand ging knock-out.

We’re all mad here

I’m having dinner with my dear friends Robin and Thijs. While making his famous salmon dish, Robin keeps an eye on his computer. ‘The ticket sale for Where the Sheep Sleep started today’, he tells me. I know a bit about his passion for Burning Man and his involvement with the Dutch version.

With sparkles in his eyes he talks about the upcoming event at the Veluwe and I’m getting enthusiastic too. ‘I never thought it was something for you though’, he says with his familiar raised eyebrow. I shrug. Then dinner is ready and the tales of Burning Man have to make way for a lovely meal and other gossip.

A few days later I’m in London for a short getaway with a friend. After a day of sightseeing I get to the hotel and tumble in my bed, tired as hell.

Beep.

It’s an app from Robin.  ‘I’ve got you a ticket for Where The Sheep Sleep.’ I sit up straight again. Wait, what? I’m not sure if I have to be excited, happy, scared, or surprised. So I type: ‘Really?! Wow! That’s… oh wow, yay!’

……. Read the whole blog at Burningman.nl.

Bij uitzondering in het Engels! Of nou ja, Dunglish. 

 

Ik geef het op,

zegt Floortje Dessing in een interview. ‘Ik moet denk ik toch maar eens aan mezelf toegeven dat het er voor mij niet in zit, dat huisje, boompje, beestje. Dat vind ik heel jammer hoor. Ik ben natuurlijk ook iemand die heel erg mijn eigen plan trekt en mijn eigen ding doet.’

We zijn allebei even oud en worstelen met dezelfde levensvragen (‘De meeste mensen nemen de beslissing om een kind te krijgen. Maar de beslissing om het niet te doen, is net zo groot. En een enorm proces, want je zult nooit weten wat er was gebeurd als je het wel had gedaan.’)… boks, Floortje.

In elke vriendenkring zit er wel zo één. De vrijbuiter. De dwarsligger. De avonturier. Degene die nooit een oppas hoeft te regelen, spontaan op reis kan gaan, kan doen en laten wat ze wil, aan niemand verantwoording schuldig is. Op medelijden van de mensen die mij goed kennen, hoef ik niet te rekenen. En dat is volkomen terecht.

Ik heb geen spijt van keuzes die ik heb gemaakt (behalve van de nep dreadlocks die ik ooit eens in mijn haar heb laten knopen. Man, wat een jeuk). Mijn leven gaat niet keurig van A naar B, maar meandert langs spannende, rare, vreemde, leerzame of inspirerende tussenstations. Ik zou het niet anders willen.

Want van verwachtingen en voorspelbaarheid word ik heel onrustig. Elk weekend hetzelfde doen, woensdag gehaktdag, houten ganzen in de vensterbank, boodschappen doen voor de hele week, lunchtrommeltjes, praktisch haar, verplichte etentjes, his & her handdoeken, vinex-wijken, aangeharkte voortuinen: het leidt bij een groot deel van de mensheid tot innige tevredenheid. Prima. Ik reageer er alleen op als een natte gremlin.

Floortje zegt dat ze daardoor geen hoop meer heeft in de liefde. ‘Het is moeilijk om iemand te vinden die het leven met mij leuk vindt.’

Nee joh.
Liefde is gewoon net zo onvoorspelbaar als wij dat zijn.

Laten we dus draven, in alle vrijheid. Wild en ongetemd. En nooit de hoop opgeven dat er iemand is die ons bij kan houden.

Dus zó voelt het om normaal te zijn,

zeg ik opgetogen tegen vriendin J. We lopen door het warenhuis Debenhams in Londen. Tot mijn stomme verbazing gaat bijna elk kledingmerk in deze stad standaard tot maat 48/50. Er is geen aparte ‘plus-size’ afdeling, of een verstopt hoekje met een smalend ‘big is beautiful’. Alle maten hangen hier gewoon bij elkaar.

Wat een verademing. Een willekeurige winkel inlopen, iets leuks zien in het rek, even met je vingers langs de labels gaan en verdomd: je maat hangt erbij. Mijn bankpas begint er spontaan van te kreunen.

Als we met onze armen vol kleding naar de paskamers lopen, realiseer ik me dat dit in Amsterdam niet mogelijk is. In het land waar zo’n beetje de grootste vrouwen van de wereld wonen, gaan reguliere kledingzaken hooguit tot maat 44, heel soms tot maat 46. Met een beetje mazzel vind je in een saaie mevrouwenwinkel maat 48.

Voor de rest ben je als vrouw met enige rondingen aangewezen op speciale ‘grote-maten-winkels’, waar ze je het liefst in een vormeloze hobbezak hullen of in iets brandgevaarlijks met paars-zwarte bloemen. De enige andere work around is stoïcijns shoppen bij zaken die oversized kleding in hun collectie hebben. Of online gaan.

Maar in een ‘gewone’ winkel iets te kiezen hebben? Met meer dan twee items in een paskamer staan en niet in een halve depressie zakken omdat het niet past, niet staat of gemaakt is van abominabele kwaliteit en door kleine kinderhandjes? Ik weet niet eens hoe dat voelt.

Vandaar.
Zo voelt het dus, gek genoeg, om normaal te zijn.

Euforisch bekijk ik ’s avonds mijn buit op mijn hotelbed. Ik tel drie topjes, een paar blouses, een geweldig jasje en een trui. Het past, het staat me goed, het is van eerlijke kwaliteit en niet eens achterlijk duur. Ik begin nog net niet te spinnen.

Je goed voelen, lekker in je vel zitten, blij zijn met hoe je eruit ziet: dat speelt zich voor het grootste gedeelte af tussen je oren. Soms voel ik mijn inner Beyoncé, soms niet. Dat geldt voor iedere vrouw, hoe ze er ook uitziet.

Maar kleren die je figuur flatteren, maken ook de vrouw. Het zorgt ervoor dat je jezelf kunt zijn. Omdat je niet akkoord hoeft te gaan met ‘ik doe het er maar mee’, wat meestal resulteert in een hoop gepluk aan de voorkant en wanhopig getrek aan de achterkant.

Het is geen rocket science waarom een groot gedeelte van vrouwen met een beetje meer billen, borsten of buik alleen nog online kleding koopt of regelmatig naar het buitenland uitwijkt. Er is hier gewoon geen stenen warenhuis of kledingzaak te vinden dat met enig respect álle vrouwen bedient en niet de helft verwijst naar het verdomhoekje. Ik hoop dat kleding-inkopend Nederland zich realiseert dat ze daarmee een gigantische (no pun intended) markt laat liggen.

Voor nu plan ik maar weer snel een tripje naar Londen.

En tot die tijd ga ik online:
Monsoon
Next
The Collection
Evans
Long Tall Sally
Studio Eight
Dorothy Perkins
Carmakoma
Lane Byrant
Eloquii

Ook Wehkamp, Asos en Zalando hebben leuke merken in hun collectie.
Inspiratie nodig? Check dan de blogs van The Publisized of Style has no Size.

itsnotaboutthesizeyouwearbutthewayyouwearyoursize