Ben je nog steeds zo avontuurlijk?

vraagt hij, met een nieuwsgierige glimlach op zijn gezicht. Ik heb hem al in geen vijftien jaar gezien en noteer tevreden een vinkje als hij zegt dat ik geen spat ben veranderd. Brave jongen. Of nee, man. Want ondertussen zijn de haren bij zijn slapen grijs en zijn de lachrimpels ook wat dieper verzonken.

Hij haalt enthousiast herinneringen op aan dat andere leven. Een ontmoeting met iemand van vroeger opent altijd even de gordijnen van een parallel universum. Als ik niet weg was gegaan bij zijn broer, was hij nog steeds mijn zwager geweest.

Even kijk ik mee in die alternatieve realiteit. Ongetwijfeld was ik getrouwd. De sociale druk was groot: al onze gezamenlijke vrienden ondernamen de tocht naar het altaar. En kinderen, natuurlijk. Ik weet nu dat ik nooit een kinderwens heb gehad, maar als twintiger voelde dat nog als een raar soort rebellie van mijn onderbewustzijn. Ik zie mezelf in een solide rijtjeshuis wonen. En manlief zou elke dag met een lunchtrommeltje onder de snelbinders naar zijn werk fietsen.

Ik hoor van mijn ex-zwager dat zijn broer nog steeds een notoire mopperkont is die inderdaad samen met vrouw en twee kinderen om de hoek bij zijn ouders woont. ‘Hij roept al jaren dat hij wat anders wil met zijn leven, met zijn werk, met alles. Maar je kent hem, hij blijft toch zitten waar hij zit.’

Opgelucht sluit ik de gordijnen.

Op het moment van grote levensbeslissingen heb je geen idee of je er goed aan doet. Het kan voelen alsof je de grootste fout van je leven maakt. Maar ondertussen weet ik dat elke keuze je precies leidt naar waar je moet zijn.

Ik heb flink wat alternatieve realiteiten gecreëerd. Soms vraag ik me af of ik niet vaker had moeten settelen, of genoegen had moeten nemen de status quo. Inschikkelijker zijn, wat minder onrustig. ‘Ik weet nooit waar ik aan toe ben met jou’, klaagde een andere ex ooit.

Misschien had hij daar gelijk in. Maar ik blijf geloven dat het leven geen rechte weg is waar je niet vanaf mag wijken uit angst om te verdwalen. Ik heb steeds minder zin om lang treuzelend op een kruispunt te staan. Liever vogel ik onderweg uit waar ik wil uitkomen. En ja, soms ga ik op mijn bek.

Maar een avontuur is het.

paolocoelho

Alles is beter op het strand,

verzucht hij. ‘De lucht, de wind, de zon, het zand.’ Hij is even stil en ik zie zijn blik tot ver voorbij de horizon gaan. Dan kijkt hij me aan: ‘Het meisje’. Ik grinnik en geef hem een por.

Op het strand heb je niet zoveel woorden nodig. Je wandelt wat, je loopt met je voeten door het water, luistert naar het geschater van de zeemeeuwen en het af en aan, af en aan van de golven. Nog steeds moet ik met mijn teen in een aangespoelde kwal porren. Als kind fantaseerde ik er een alien-achtige vrees bij, waarbij honderd scherpe tandjes zich ineens in mijn voet boorden. Het was een uitdaging om mijn teen niet snel weg te trekken, anders had ik verloren.

In mijn strandhuisje komen vrienden langs. We eten, lachen, zonnen, slapen en praten. De wind blaast, de wolken schuiven voor de zon, maar dat duurt niet lang. Op het strand is de lucht snel weer blauw. Het zand voelt dan weer warm, dan weer koud onder mijn voeten. De liefste hond van de wereld valt in slaap in mijn armen en houdt me wakker met haar gesnurk.

De schommelstoel op de warande maakt overuren. De overburen spelen zonder het te weten de hoofdrol in een Grieks drama met een gepast bloederig einde (sorry). De deuren van het huisje staan altijd open en de gordijnen aaien de vloer. Het zijn dagen zonder einde.

Vier seizoenen gingen voorbij zonder dat ik hier kwam. Vergeettijd om nieuwe herinneringen te maken. Ik moest met mijn teen de kwal porren. Zodat ik mijzelf nooit meer zou verliezen.

Ik heb advies nodig,

zeg ik tegen het heerschap aan de andere kant van de lijn. Voor me ligt een to do lijstje waarop staat:

Gas, elektra
Water
Bus regelen
Verhuisdozen
Internet
Schilder

De meneer van internetprovider A zucht.
Mijn wenkbrauwen gaan omhoog.

Er volgt een zoutloos gesprek over een basis internetabonnement via ADSL met 26 up en 2 down – whatever that means -, dat over twee weken geïnstalleerd kan worden. Nee, het kan echt niet eerder. En ik was al afgehaakt bij de zucht.

Next.

De verkoper van internetprovider B snapt het spelletje beter. Hij luistert, vertelt wat ik nodig heb en zegt geruststellende dingen als: ‘geen probleem, dat gaan we regelen.’ Ook hier is een levertijd van twee weken, maar: ‘Belt u mij even als het pakket binnen is, dan maak ik direct een afspraak met de monteur voor u. Dan heeft u halverwege volgende week werkend én supersnel internet.’

Het pakket van B is bijna 20 euro duurder per maand, maar ik ben ervan overtuigd dat ik een betere deal heb gesloten. Dat hij me vervolgens ook nog een zakelijk telefoonabonnement wil aansmeren, kan ik glimlachend waarderen.

Goed. De volgende op de lijst.

Schilder A maakt een bezorgd rondje in het pand. ‘Nou… dat is lastig hoor. Tjonge jonge. Kijk, hier is de verf afgebladerd. Het plafond is ook niet goed gemaakt. De vloer, ow ow ow… dat wordt wat. Die moet eerst geschuurd worden. En je wilt donderdag verhuizen? Poeh… dat is allemaal wel heel krap.’

Joh, laat maar.

Schilder B werpt een blik in de ruimte en zegt: ‘Komt in orde. Woensdag is het klaar.’

Ik zeg het vaak genoeg tegen mijn non-profit opdrachtgevers: élke organisatie verkoopt iets. Maakt niet uit in welk vakgebied je zit. Verkopen is namelijk niks anders dan oplossingen bieden.

Gratis tip. Wees altijd blij als een toekomstige klant uit zichzelf belt en om advies vraagt. Die je kun je alles verkopen. En beloof me nooit te zuchten.

We’re all mad here

I’m having dinner with my dear friends Robin and Thijs. While making his famous salmon dish, Robin keeps an eye on his computer. ‘The ticket sale for Where the Sheep Sleep started today’, he tells me. I know a bit about his passion for Burning Man and his involvement with the Dutch version.

With sparkles in his eyes he talks about the upcoming event at the Veluwe and I’m getting enthusiastic too. ‘I never thought it was something for you though’, he says with his familiar raised eyebrow. I shrug. Then dinner is ready and the tales of Burning Man have to make way for a lovely meal and other gossip.

A few days later I’m in London for a short getaway with a friend. After a day of sightseeing I get to the hotel and tumble in my bed, tired as hell.

Beep.

It’s an app from Robin.  ‘I’ve got you a ticket for Where The Sheep Sleep.’ I sit up straight again. Wait, what? I’m not sure if I have to be excited, happy, scared, or surprised. So I type: ‘Really?! Wow! That’s… oh wow, yay!’

……. Read the whole blog at Burningman.nl.

Bij uitzondering in het Engels! Of nou ja, Dunglish. 

 

Schat, kom ‘es hier,

roept de eigenaresse van de kroeg op de hoek. Ze staat een peukje te roken en ik wil het liefst snel zwaaiend voorbij lopen. Het regent, ik heb vier rondjes moeten rijden voordat ik twee straten verderop een parkeerplek kon vinden dus ik ben niet in de stemming voor bijdehante Amsterdamse grapjes.

Moederlijk legt ze een hand op mijn schouder.
‘Schat, luister. Ik moét het je vragen. Je loopt in je eentje.’
Ze laat een stilte vallen waarin ze me vorsend aankijkt.
‘Is het uit?’
‘Euh… ja. Al een tijdje hoor’, zeg ik, hupsend van de ene been op de andere want ik heb een zware tas over mijn schouder hangen en ik moet ook nog naar de wc.

Ze inhaleert een vinnige teug rook.

‘Is het heus?’
‘Ja. Het is heus.’
‘Welke lummel laat jou nou gaan?’
‘Nou ja, jee…’ stamel ik schaapachtig.
‘Is ‘ie niet goed wijs of zo?’

‘Rob! Roooohóób!’, schreeuwt ze de kroeg in.
Haar man komt naar buiten gesloft. ‘Dag buuf’, zegt hij gemoedelijk.

‘Het is uit’, zegt zijn vrouw, met een bezorgde blik mijn kant op.
‘Is het heus?’

Ik knik bevestigend en realiseer me ineens dat ik blijkbaar onderwerp van gesprek ben geweest aan de plakkerige toog. Grinnikend zie ik voor me hoe de stamgasten met dubbele tong mijn welzijn analyseren. Daar had ik wel eens bij willen aanschuiven.

‘Ach meid, geen hand vol maar een land vol’, zegt de cafébaas met een vette knipoog.
Zijn vrouw geeft hem een harde por. ‘Rob, láát dat kind. Die moet nu niks hebben van kerels, toch schat? Rotzakken zijn het.’

Rob begint wijselijk een tafeltje te verschuiven.

Ze kijkt me aan. ‘Schat, luister. Je bent mooi. Je bent prachtig. Meer hoef je niet te weten. En de zomer komt eraan. Rób, wat doe je? Nee, man: die horen daar, dat weet je toch. Jezus, moet ik hier dan alles in mijn eentje doen?

Ik hou van mijn buurtje.
Nu nog meer parkeerplekken.

Net als in de film,

ik wil het. In ruim anderhalf uur van ogenschijnlijk gelukkig tot het moment van crisis, dan hop, naar verdriet en misère, om in het laatste half uur als een sterke feniks te verrijzen en door te stomen naar het happy end. Applaus, aftiteling. Ik wil het.

Kon het echte leven af en toe maar geconsolideerd worden tot zo’n hapklaar brokje. Dat zou het een stuk overzichtelijker maken. Nee, in plaats daarvan dansen we een stapje naar voren en twee stapjes terug en staan we de helft van de tijd glazig voor ons uit te kijken met een overweldigend gevoel van ‘is dit alles?’

Het zorgt ervoor dat je gesprekken krijgt als: ‘stel je voor hè, dat je met alles wat je nu weet, het lichaam van een twintigjarige had.’ Vraag dit aan een willekeurig iemand en ik garandeer je de volgende scene: er volgt een diepe zucht, de ogen gaan op licht melancholisch en in een paar seconden speelt zich een gelukzalige remake af in het hoofd van de ander. Dat lukt dan weer wel in no-time.

De afgelopen maanden danste ik de cha-cha-cha. Ik ging naar voren, ik ging weer terug, vloog uit de bocht en trok de dekens over mijn hoofd. Maar ik ontdekte dit: sequels suck, schrijf een nieuw script. De hemel komt niet naar beneden als je je angst tegemoet treedt. Huilen mag. Boos worden ook. Je overleeft het.

Okay, het is niet zo romantisch of heroïsch als in de film. Er is doorgelopen make-up, er zijn snottebellen, onafgemaakte zinnen, onhandige beslissingen, rare personages en onlogische plotwendingen.

Maar ik ben weer thuis. De zon schijnt op mijn gezicht, de muziek zwelt aan en u, beste kijker, u weet: deze vrouw is happy.

The end.

* sorry voor de spoiler *