Gezocht: vrouwelijk rolmodel part II

Een tijdje geleden gooide ik een #durftevragen op twitter. Gezocht: vrouwelijke rolmodellen. En wel leuke, sexy en intelligente vrouwen van 40-50 jaar. Een paar reacties druppelden binnen. Het leek er even op dat we niet verder kwamen dan een lijstje met tien woest aantrekkelijke, van binnen- en buiten, fourty-something-or-a-bit-older-ladies.

Maar… geef het even de tijd en daar zijn ze. Natuurlijk, zou ik bijna zeggen. Ze zijn er. En ze verdienen allemaal een plaatsje in dit erelijstje.

Annemarie van Gaal
Mia Michaels
Danielle Hermans
Chimene van Oosterhout
Michelle Pfeiffer
Emma Thompson
Karen Brady
Kristin Scott Thomas
Julliette Binoche
Jamie Lee Curtis
Helena Bonham Carter
Susan Visser
Julianne Moore
Linda van Dyck
Sue Barker
Sophia Loren
Sandra Bullock
Cate Blanchett
Diana Venora

Oh ja. Mijn twee vriendinnen I. en F. mogen hier niet ontbreken. Ze zijn dan wel geen celebs, maar ze spelen een hoofdrol in mijn leven. En ik vind ze prachtig!


Meer suggesties? Zet jouw heldinnen dan bij het commentaar. Ik breid deze inspirerende lijst graag uit.

Wie zoet is, krijgt lekkers

Ik denk dat ik een jaar of veertien was toen ik voor de eerste keer een Cola light dronk. Dat was wat. Cola drinken, zoet, zonder de calorieen. Cool. Of om in de jaren ’80 te blijven: waus!

Het enige nadeel van light was dat ik er steeds meer van wilde. Maar ja, wat maakt het uit: er zit toch geen suiker in.

In mijn hoofd speelt zich een filmpje terug. Ik zie mezelf lijnen, afvallen en weer aankomen. Lijnen, afvallen en weer aankomen. Weer lijnen, afvallen en nog meer aankomen. En wat eet en drink ik voornamelijk tijdens het lijnen?

Alles waar light achter staat.

Hmm.

Nu zit er in Cola light aspartaam. Aspartaam is een kunstmatige zoetstof die 160 tot 200 maal zoeter is dan suiker. Het E-nummer van aspartaam is E951. Net als bij E621 spreken de talloze onderzoeken over aspartaam elkaar tegen. De ene onderzoeker kraait dat aspartaam hartstikke veilig is, de ander oreert hel en verdoemenis.

Ik besteed een avondje aan het turven van onderzoeken. Zowel de geruststellende rapporten als de hysterische websites vol spelfouten en kapitalen spit ik door. Eerlijk gezegd word ik er niet wijzer van. Wel ongerust.

Is de kwestie aspartaam een gevalletje waar rook is, is vuur? Of is het onschuldig totdat het tegendeel is bewezen?

Aspartaam is goedkoper dan suiker en je hebt er veel minder van nodig. Aangezien het goedje in meer dan 6000 producten zit, is er geen enkele fabrikant bij gebaat dat het verboden wordt.

Sterker nog: fabrikanten zijn de grootste roeptoeters als het gaat om aspartaam. En natuurlijk zeggen zij in koor: ‚Aspartaam is de meest onderzochte voedingsstof ter wereld. Er is dus niks mis met aspartaam. Al die slechte berichten zijn gewoon roddels via het internet.

Ik weet niet wat ik moet geloven van al die onderzoeken, maar ik weet wel hoe marketing werkt.

Daarbij lees ik de volgende onderzochte bijwerkingen: aspartaam bevordert het hongergevoel, verhoogt de bloeddruk, beinvloedt de pijngevoeligheid van het lichaam, veroorzaakt hoofdpijn en slapeloosheid.

Wacht even.

Aspartaam bevordert het hongergevoel?

Dus als ik het goed begrijp kan ik aankomen door de stof waarvan ik niet zou moeten aankomen?

Dat is bijna net zo raar als koffie drinken omdat je niet kunt slapen.

Ik besluit de proef op de som te nemen en aspartaam te weren uit mijn voedingspatroon. Dat is simpeler gezegd dan gedaan. Mijn geliefde Cola light moet ik laten staan. Net als mijn favoriete toetje Optimel vanille vla. Geen dropjes en kauwgom meer zonder suiker. Het zit tot mijn verbazing zelfs in de mayonaise en mijn vitaminepillen. En de grootste uitdaging: geen zoetjes meer in de koffie en thee.

Na twee maanden zonder aspartaam maak ik de volgende balans op:

- ik heb minder hoofdpijn
- ik heb meer energie
- ik heb minder trek in zoetigheid en zit eerder vol
- ik heb mijn lidmaatschap bij de insomnia-club opgeschort

Waar mogelijk heb ik aspartaam vervangen door stevia. Gemaakt van een zoet plantje uit Zuid-Amerika. Tot dusver zijn er nog geen nare bijwerkingen bekend. Sterker nog, uit de onderzoeken blijkt dat stevia geen effect heeft op de bloedsuikerspiegel, een hoge bloeddruk tegengaat en het hongergevoel vermindert.

Kleine kanttekening: een appeltaart bakken met stevia vergt nog wel enige oefening.

Ceci n’est pas un appeltaart. C’est beton.

Ik ben het zat

Goede voornemens start je op 1 januari, dat weet iedereen. Beginnen in juni is dan ook vragen om problemen. Maar met de toewijding en enthousiasme van een NLP-coach on speed, besluit ik voortaan E-nummers te verbannen uit mijn eten.

Waarom? Omdat ik het zat ben mijn lijf vol te proppen met genetisch gemanipuleerde chemische en synthetische rotzooi waarvan ik de uitwerking niet weet. Als je je een beetje verdiept in de materie, schrik je je wezenloos. Althans, dat deed ik. Je kunt natuurlijk ook gewoon je schouders ophalen en denken ‘het zal allemaal wel’.

Neem E621. Dat is de nom de plume van mononatriumglutomaat, ook wel MSG of ve-tsin genoemd. E621 zit in praktisch álles met smaak. Gooi je dit door bedorven bruine bonen heen, dan had Bartje luidkeels de liturgie uitgesproken voor een tweede portie.

Ik begrijp wel dat de voedingsmiddelenindustrie zo graag gebruik maakt van deze toevoeging. Want eten is marketing. En smakelijke marketing draait om verleiding. En geld, natuurlijk.

Er zijn veel onderzoeken gedaan naar de gevaren van E621 en ze spreken elkaar allemaal tegen. De tegenstanders zijn net zo overtuigend als de voorstanders en over het algemeen wordt elke verdenking afgedaan met: ‘er zijn geen wetenschappelijke bewijzen voor gevonden.’

Hoe moet je als bewuste eter dan nog een goed onderbouwd standpunt innemen?

Ik wil mijn zeepkistje niet gebruiken om te prediken over hoe slecht E621 wel niet is. Ik wil het alleen niet meer in míjn lijf hebben.

Dus.

Ik maak soep.

Met mijn vinger ga ik langs de ingrediënten die in het gezonde kookboek staan.

  • Uien: check.
  • Knoflook: check.
  • Courgette: check.
  • Waterkers: check.
  • Olijfolie: check.
  • Kip- of groentenbouillon: ch… Damn.

Zout, smaakversterkers (E621, E627), maltodextrine, maïszetmeel, plantaardig vet, aroma’s (o.a. selderij), gistextract, gedroogde groenten, kleurstof (E150d), specerijen.

Peinzend staar ik in naar de inhoud van mijn keukenkastje. Waarmee kan ik die vermaledijde E621 vervangen? Zonder dat ik een slap soepje krijg natuurlijk, want daar heb ik geen zin in.

Ik heb biologische sambal badjak in huis. Ik heb zeezout. Saffraan. Peper. Ah, en ergens achterin het kastje verstopt nog een restje biologische kruidenmix.

Resultaat: mijn eerste soep zonder E. Aan de smaak moet ik nog knutselen, want eerlijk is eerlijk: de sop was een beetje flauw. Of misschien zijn mijn smaakpapillen gewoon  teleurgesteld na het jarenlange gebruik van E621. Je kon ze bij wijze van spreken horen verzuchten: aaaah… is dát alles?

Maar mijn voornemen staat. Want bij elk onderzoek over E621 komt naar voren dat het overgewicht veroorzaakt. Door het simpele feit dat het zó lekker smaakt, dat je er van blijft eten.

Eten is marketing.

Volgende keer: hoe blijft het leven zoet zonder E951 (Aspartaam).

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=BAOJVkJJXtQ&t=6m58s[/youtube]

Ma Meerkoet

De jongen zet zuchtend zijn Ray-ban af. ‘Dit wordt dus helemaal niks meer. Als ik eerst dat nest eruit moet vissen, zijn we zo een uur verder.’

Het meisje zet nu ook haar oversized zonnebril af.

Ik ga er eens goed voor zitten.

‘Ach, wat een scháttig nestje’, zegt het meisje. Ze heeft blond gestreken haar met highlights. Ze ziet eruit alsof ze elke ochtend door Leco himself onder handen wordt genomen. De meerkoet, die zich de boot heeft toegeëigend, knerpt brutaal.

‘Maar schátje. Je gaat haar er toch niet uithalen? Dat is zielig!’ Ze pruilt erbij.

Wék! Beaamt Ma Meerkoet. Ter illustratie spreidt ze haar vleugels nog maar eens uit over haar tere kroost.

‘Kom schatje, we gaan gewoon een terrasje pikken.’ Als ze zich omdraait zie ik haar zwangere buik uit de skinny jeans ploepen.

Wék! Klinkt het dankbaar uit de boot.

Ach ja, nesteldrang. Aan en in de gracht.

Bovenstaande ‘column’ schreef ik afgelopen zondag tijdens de workshop van Aaf Brandt Corstius. Oorspronkelijk was het verhaal de helft langer. Maar tijdens het overtikken, bleef er steeds minder van over. De zinnen gingen ten onder aan het motto: kill your darlings. In dit geval: and your acquaintances too. Het was een leerzame workshop.

Gezocht: vrouwelijk rolmodel

‘Mijn lezerspubliek bestond uit 50+ vrouwen’, huivert de schrijver. De interviewer knikt meelevend. Ja, dat wil je natuurlijk niet. Het gesprek kabbelt weer verder.

Vrouwen hebben blijkbaar een bepaalde houdbaarheidsdatum. Ben je als George Cloony met je grijze haar en lachrimpels onweerstaanbaar sexy, een vrouw kan het na haar veertigste wel schudden als rolmodel.

En mocht de fourty-something gezegend zijn met het lichaam van een twintigjarige, dan is er verbazing: ‘Ze is al 42, maar het lijkt wel of ze er steeds mooier uit gaat zien!’ ronkt de Telegraaf over Jennifer Aniston.

Leuke, sexy, sterke en intelligente vrouwelijke rolmodellen van 40-50 jaar. Where are thou?

‘Ik weet er gewoon maar één’, zegt vriendin I. fronsend. ‘Kristin Scott Thomas.’ ‘Die is inderdaad heel mooi, vrouwelijk en krachtig’, beaam ik. We piekeren nog even verder. Linda de Mol valt af. Te veel botox. Clairy Polak? Hmm. Sterk en intelligent, maar niet echt sexy. ‘Judi Dench!’, opper ik. Ja, die voldoet, maar is net effe te oud (77 jaar en de levende belichaming van ‘Grow old gracefully’ wat mij betreft).

Ik zet een #durftevragen op twitter.

Met behulp van mede-twitteraars stellen we het volgende lijstje op:

Annemarie van Gaal
Mia Michaels
Danielle Hermans
Chimène van Oosterhout
Michelle Pfeiffer
Emma Thompson
Karen Brady
Kristin Scott Thomas
Julliette Binoche
Jamie Lee Curtis

Meer suggesties? Leef je uit en zet jouw heldinnen bij het commentaar.
Vriendin I. en ik zijn benieuwd!

Maar een mens

De afgelopen maanden bevond ik me in de kermisattractie genaamd ‘mijn leven’. Of liever: ik zat krijsend in de achtbaan, met steeds witter wordende knokkels. Gelukkig kon ik aan het einde met het equivalent van een flink verwilderde haardos weer uitstappen.

Een paar illusies armer en enkele wijze lessen rijker.

Omdat ik noodgedwongen thuis zat, had ik veel tijd om na te denken. Dát is voor deze notoire binnenvetter appeltje-eitje. Zonder afleiding van werk, collega’s, deadlines of lange vergaderingen.

Ik had tijd. Eindeloos lege dagen die ik kon vullen met navelstaren.

Zo ontdekte ik dat ik een Maar-mens ben.

Het viel mij namelijk op dat ik achter elk idee, elk plan, elke suggestie heel hard riep: ‘Ja!’ Gevolgd door een vinger die omhoog schoot en een welgemeende: ‘Maar!’

Vervolgens kwam daar dan een ontkrachting, of eigenlijk een vérkrachting van het geweldige idee, plan of suggestie. Erg sneu voor al die onschuldige ideeën die hier wankelend de deur uitgingen, nog sneuer voor mezelf natuurlijk.

Daarom kijk ik graag af bij mensen zonder maren. Mensen zonder maren denken niet, die doen. Niks even voelen of het water niet te koud is, of er geen enge vissen in zwemmen, of het niet te ondiep is om in te duiken. Een mens zonder maren denkt: ik heb het warm, ik heb zin om te zwemmen, ergo: ik ga erin.

Paaa-lons!

Terwijl ik nog peinzend en vooral zwetend alle opties sta af te wegen aan de kant. En dus geen steek verder kom.

Vandaar dat ik mijn Niks-Te-Maren-persoonlijkheid heb gecreëerd. Een robuuste en stoere versie van mezelf, die mij nu regelmatig een schop onder de kont geeft. Erg handig.

Mocht ik weer beginnen te jeremiëren of eigenlijk te jeremi-maren, dan hoor ik voortaan een galmende stem in mijn hoofd die brult: NIKS TE MAREN! DOEN!

Als u mij dus eerst peinzend ziet staren en vervolgens verschrikt ziet wegrennen, dan weet u waardoor dat komt.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=qR2ouneQTZc&feature=fvst[/youtube]

Life is a bitch

Ze zegt niets, maar de eenzaamheid straalt van haar af. Ze is single, ergens in de vijftig, heeft geen kinderen, eigenlijk geen echte vrienden en probeert zich uit alle macht staande te houden in een wereld die niet is ingericht voor haar.

Halverwege de film Another Year begin je een beetje een hekel te krijgen aan haar voortdurende schreeuw om aandacht. ‘Kom op mens, zo erg is het ook allemaal weer niet’, mompel ik vanaf de bank. Maar Mary blijft vol afgunst kijken naar het leven van de twee mensen die nog wel naar haar willen luisteren.

Gerri en Tom zijn al dertig jaar samen, hebben gestudeerd, zijn aan de eind van hun succesvolle carrières en kijken ernaar uit om straks meer tijd aan hun volkstuin te kunnen besteden. Hun leven kabbelt voort, zonder al te veel ellende, gemoedelijk en rustig.

Geamuseerd bekijken zij de wanhopige pogingen van Mary om iets te maken van het leven. Ze realiseren zich ergens wel dat ze het goed getroffen hebben, maar tegelijkertijd vinden ze haar net zo zielig als een verregende pup op straat. Wat Mary voor mij nog eenzamer maakt dan ze al is.

Tja. Life’s a bitch.

Waar het voor de een alle wegen naar geluk openzet, moet een ander tientallen obstakels overwinnen. ‘Maar het is gewoon niet eerlijk’, zegt Mary boos terwijl ze nog maar eens een glas wijn achterover slaat. Vanuit haar standpunt is het gras óveral groener.

Another Year gaat over de arrogantie en naïviteit van geluk versus de schrijnende worsteling van eenzaamheid. Een mooie film.

[youtube]http://www.youtube.com/watch?v=yypx-Tz8NzU[/youtube]

Vier op een rij

Ik zie een vrouw omtrekkende bewegingen maken bij de groenten. Ze drentelt wat heen en weer tussen de komkommers en de aardappels, blijft staan bij de tomaten, pakt een avocado op en legt ‘m weer terug. Vanachter de prei loert ze naar de kassa’s.

Hoofdschuddend zet ik koers naar de uitgang terwijl mijn moeder nog even snel een jumboverpakking toiletpapier in het karretje mikt.

‘Ja, joehoe! Ik ben de vierde in de rij!’ De caissière kijkt ons verstoord aan. Mijn moeder zwaait enthousiast naar haar, terwijl ze van oor tot oor glundert. ‘Mam…’, sis ik opgelaten. ‘Wat doe je nou?’ Ze negeert me en wijst naar de andere kassa. ‘En daar staan ook drie mensen!’

De caissière pakt de telefoon en mompelt wat in de hoorn. In het kantoortje achter haar zie ik een hoofd omhoog schieten. Het meisje knikt nog eens naar de telefoon en zegt dan tegen mijn moeder: ‘Loopt u maar door naar de servicebalie, uw boodschappen zijn gratis.’

Verbijsterd loop ik achter haar aan, terwijl ze triomfantelijk het karretje voortduwt. ‘Gratis?’, fluister ik. ‘Yep, als je vierde in rij bent, krijg je de boodschappen gratis’, grijnst mijn moeder.

Aha.

Nu begrijp ik haar getreuzel.

Deze niet nader te noemen supermarktketen heeft een geniaal concept bedacht waarbij het mes aan twee kanten snijdt. Een lange rij is ineens een potentieel voordeeltje en de caissières blijven alert om op tijd een extra kassa te openen.

‘Niet iedereen weet het’, legt mijn moeder uit terwijl ze haar gratis boodschappen in de tas stopt. ‘En je moet wel zelf je mond opentrekken, want ze wijzen je er natuurlijk niet op.’

‘Goh’, zeg ik. ‘Met mijn talent voor het uitkiezen van de verkeerde rij, zou ik behoorlijk wat besparen.’ Mijn moeder knikt instemmend en grinnikt: ‘Dat weet ik. Volgende keer mag je weer mee’.

Jenna

Jenna was klein, tenger en had blond steil haar dat altijd netjes zat en rook naar kamille. Haar voorkeur ging uit naar roze kleding, bij voorkeur van het merk Naf-Naf. Haar tas was altijd keurig geordend en haar boeken gekaft. Ze haalde alleen maar hoge cijfers. En ze schreef in mooie ronde letters met hartjes op de i.

Jenna was het braafste meisje van de klas.

Iedereen vond Jenna aardig. Vooral omdat ze altijd alles deed wat je vroeg. Als je geen geld bij je had voor de lunch, kon je bij haar aankloppen. Leraren vroegen haar iets op te halen uit de lerarenkamer. Ik mocht haar aantekeningen overschrijven. Ze leende haar boeken uit en kreeg ze beduimeld terug maar zei daar niets van. Na enig aandringen liet ze de grootste pestkop bij haar afkijken.

Het was de eerste ochtend van de tweede klas. Met veel kabaal tuimelde de klas het lokaal in. Net voordat de bel ging, slenterde Jenna binnen.

Ze had haar haar kort geknipt, er zat heel veel gel in en her en der een paar groene plukken.

Monden vielen open.

Dat kwam niet alleen door het haar, maar meer nog door de piercing in haar neus. En ik denk dat het leren jasje met spikes er ook iets mee te maken had.

Ze schoof zwijgend achter haar bureau en gooide een smoezelige pukkel vol met buttons op de grond naast zich. Haar kin ging omhoog.

Jenna was veranderd. Ze werd niet meer door iedereen aardig gevonden. Ze hoefde nooit meer voor leraren iets op te halen. Je kon geen geld bij haar lenen. De grootste pestkop durfde niet meer bij haar af te kijken.

‘Mag ik je aantekeningen van wiskunde overschrijven?’, vroeg ik een paar weken later wat aarzelend. Ze keek me fronsend aan. ‘Ja, dat mag. Als ik van jou de aantekeningen van Nederlands over mag pennen.’

Ik moet veel aan Jenna denken de laatste tijd.

De koffiezoeker

In mijn fantasie zit ik in New York. Manhattan. Hectiek buiten, een rustig jazzmuziekje binnen. Verstopt achter een toef slagroom, observeer ik de mensen in de zaak. Er zijn verschillende types koffiezoekers die zich hier, net als ik, graag verschansen.

Bijvoorbeeld.

De hippe ZZP’er

Vaak man, journalist of adviseur. Te herkennen aan het brilletje met zwarte montuur, een Parijse pet of een sjaaltje nonchalant om de nek geslagen. Onmisbaar: de Apple notebook, kleur: aluminium of wit. Altijd aanwezig: een peinzende blik waarbij hij hoopt dat het professioneel overkomt. Drinkt espresso met een glaasje water.

De Studente

Altijd vrouw, begin twintig. Kenmerken: lang warrig haar waarover stiekem toch is nagedacht, opgestoken in een knotje. Gekleed in een wijde blouse, vest en skinny jeans met daaronder All Stars of veterschoenen. Geen make-up maar wel blozende wangen. Bijt op een potlood, maakt driftig aantekeningen in een beduimeld schriftje en tikt lange zinnen op een Apple notebook, kleur: zwart, gekregen van ouders na het behalen van haar P.

Doet de hele middag over een cappuccino.

Het Stelletje

Halverwege de twintig en voornemens om te gaan samenwonen. Innig verstrengeld in een hoekje, waar ze elkaar diep in de ogen aankijken en zoete woorden in elkaars oor fluisteren. Over het algemeen bijzonder modebewust en aantrekkelijk. En zich daar ook bewust van. Kijken met lichte arrogantie naar de plebs aan tafel, om zich vervolgens weer op elkaar te richten. Hij drinkt een americano, zij een latte. Ze delen een white chocolate cookie, waarbij hij haar voert en zij z’n vinger net iets te lang in haar mond houdt.

Het Stel

Ergens in de vijftig. Kunnen locals zijn, of ex-locals die nu in Almere wonen en even een dagje stad komen doen. Hebben elkaar vaak niks meer te vertellen. Hij leest de krant, zij kijkt lusteloos uit het raam of roert droef in haar koffie. Hele dag door de stad gebanjerd, cadeautjes gekocht voor de kleinkinderen en geconfronteerd met wat ooit was maar nooit meer terugkomen zal.

De Part-time Filosoof

Werkt in de ict-branche, maar mist de verdieping en kan bij zijn collega’s zijn joi de vivre niet kwijt. Daarom leest hij in zijn vrije tijd boeken van Jean-Paul Sartre  en Cocteau en hoopt dat iedereen snapt dat er brood op de plank moet komen, maar dat de échte vraagstukken des levens niet in bits en bytes te vertalen zijn. Gaat alternatief gekleed: mosgroene wollen trui over een geruite blouse, spijkerbroek en bruine praktische schoenen (Mephisto).

Kijkt vaak en lang uit het raam of staart minutenlang voor zich uit, waarbij niet helemaal duidelijk of het gaat om nadenken of een aanval van narcolepsie. Drinkt een sapje.

De Wannabe Schrijver

Heeft een saaie kantoorbaan, maar vindt zichzelf eigenlijk een Schrijver. De benodigdheden daarvoor zijn aanwezig: een zwarte Moleskine en een vulpen – een extra vulling zit in zijn rugzak, mocht de inspiratie ineens opwellen. Hij betrapt zich erop dat hij meestal alle kranten doorleest, zijn e-mail checkt op z’n iPhone, naar de lege bladzijde in zijn notitieblok kijkt en vervolgens maar een babbeltje maakt met een knappe studente. Die hem geen blik waardig gunt. Drinkt thee of cola-light en eet daar zeker twee muffins bij.

De Toeristen

Verkrijgbaar in setjes van twee of vier. Vaak Italiaans, Duits of Spaans. Engelsen of Ieren zul je hier niet zo vaak tegenkomen, want die vertoeven in de pub verderop. Gaan vaak aan het raam zitten en buigen zich over de kaart van Amsterdam. De dertig-plusser pakt de Capitool-gids erbij, de jongere toerist trekt een morsige Lonely Planet uit de rugzak. Als de eerstvolgende locatie gevonden is, kijken de toeristen genietend om zich heen en voelen zich één met de locals. Die zien dat anders maar dat geeft niet.

De Toeristen drinken ondertussen chocolademelk met slagroom.

De Creatief

In geval van een vrouwelijke creatief: kort zwart haar met een pony. Of blond lang haar, met een pony. Eyeliner. Voorkeur voor strakke geruite blousjes en zwarte broeken. De mannelijke creatief heeft faux-net-uit-bed-haar en meestal een hoornen zwarte bril op. Wordt nogal eens verward met de Hippe ZZP’er, maar is meestal wat ouder. Pre-middelbaar, edoch goed geconserveerd.

Drinkt een biologisch sapje en wordt vaak gebeld, waarbij hij de aardappel in zijn keel niet helemaal kan verdoezelen. De vrouwelijke creatief daarentegen heeft vaak een plat Amsterdams accent. Ze drinkt een muntthee en blaast haar pony weg.

De Observator

Altijd alleen, zonder boek, krant of andere afleidingsmanoeuvres. Hooguit een iPhone, waarmee stiekem foto’s worden gemaakt. Voor de rest zit de Observator (m/v) rustig aan tafel, waar hij of zij een goed uitzicht heeft over het etablissement. Richt de aandacht ongemerkt op de verschillende types en verzint daar ondertussen hele verhalen bij. De Observator heeft altijd gratis vermaak. Voelt zich bijzonder ongemakkelijk als er een andere Observator in de ruimte zit.

Drinkt een Panna Montata en lepelt daar alleen de slagroom vanaf. De koffie blijft staan.