In de wachtkamer

‘We schuiven allemaal op’, verzucht mijn tante tijdens de begrafenis van mijn oom. Ze plukt zenuwachtig aan de mouw van haar wollen truitje. ‘Zit je ongemerkt ineens een deurtje verder in de wachtkamer.’ Een siddering trekt door haar heen. ‘En nu ben jij de oudste generatie’, beaamt mijn moeder terwijl ze een hand op de arm van mijn tante legt.

Ondertussen maakt het jongste familielid een buikschuiver over de vloer. Op zijn gezichtje vechten verschillende emoties om voorrang. Na twee tellen besluit hij dat verdriet het wint en begint hij te brullen. Zijn vader tilt hem op en aait even over zijn bol. Ik bekijk het tafereel, samen met mijn moeder en tante.

‘Alles komt in drie├źn’, orakelde oma vroeger. Het is zo’n spreuk die je als puber met rollende ogen aanhoort en die je als eind dertiger de stuipen op het lijf jaagt. Want dan kan het gebeuren dat in korte tijd drie familieleden de eeuwige jachtvelden opzoeken.

Dat hele opschuifsysteem is zo onvermijdelijk als de pest, maar tijdens de koffie en cake op een begrafenis is het bijna tastbaar. En daar wordt iedereen wat zenuwachtig van.

Aanstaande vrijdag nemen we weer afscheid. Een neef van mijn moeder, nota bene nog aanwezig op de begrafenis van mijn oom, is afgelopen zondag overleden. Hartstilstand. Hij was pas 66 jaar.

Het is een bijzonder oneerlijke wachtkamer.

6 reacties op “In de wachtkamer

Reacties zijn gesloten.